Participatie wordt ge(s)maakt

Welke aansturing? Over de interne organisatie

Hoe ga je je als lokaal bestuur op zo’n participatieproces organiseren? 

  • Wie zijn de centrale spilfiguren binnen je bestuur om het participatieproces of het participatief beleid te coördineren?
    • Wie is politiek bevoegd?
    • Wie is dossierkenner?
      Wie heeft de nodige dossierkennis: kennis over de doelgroep, over de inhoud …
    • Wie is proceskenner?
      Wie heeft de nodige vaardigheden/het mandaat om het proces te coördineren?
    • Heb je nood aan externe expertise omtrent inhoud en/of proces?
      ⇒ Stel een kerngroep samen!
  • Wie is binnen het bestuur verder nog betrokken bij het proces?
    Wie heeft raakpunten met het thema, wie kan bijdragen aan een oplossing … ?
    • Bestuurlijk
      • College van burgemeester en schepenen
        Voltallig college of meer specifiek één of meerdere betrokken schepenen
      • Gemeenteraad
        Voltallige gemeenteraad of meer specifiek één of meerdere betrokken gemeenteraadsleden
    • Ambtelijk
      • Managementteam
      • Diensthoofdenoverleg
      • Secretaris
      • Diensthoofd(en)
      • Dienstmedewerkers
    • Naargelang de fase binnen het participatieproces kan de mate van betrokkenheid variëren.
  • Hoe wordt de terugkoppeling voorzien doorheen het proces?
    • Maak duidelijke afspraken over de interne terugkoppelingnaar gemeenteraad, schepencollege, betrokken diensten …
      • Is er een interne mailing of nieuwsbrief?
      • Is er een overleg dat aansluit bij het onderwerp van het participatieproces?
      • Welke overleggen zijn relevant om stand van zaken terug te koppelen? Managementteam, diensthoofdenoverleg …
    • Maak duidelijke afspraken over de externe communicatie over het participatieproces, o.m. naar bewoners en doelgroep toe.
    • Wie kan deze interne en externe communicatie best organiseren?