Participatie wordt ge(s)maakt

Gemeentedecreet

Burgers meer betrekken bij het beleid is een beweging die duidelijk vervat zit in het gemeentedecreet. Men beoogt de relatie tussen de burger en het bestuur te verbeteren.

Meer duiding in de memorie van toelichting

Een grotere betrokkenheid van de burger draagt bij tot een vervolmaking van de lokale democratie, het verhoogt de acceptatiegraad van het optreden van het gemeentebestuur en het zorgt voor een verbetering van de kwaliteit van het beleid.

De grotere betrokkenheid heeft enerzijds betrekking op de fase van de beleidsbepaling en de beleidsdiscussies. Hier wordt de burger aangesproken in zijn hoedanigheid van democratische actor in het gemeentebeleid. Anderzijds wil het decreet de burger ook aanspreken in zijn hoedanigheid van klant van de gemeentelijke administratie. Een aantal instrumenten worden hiertoe samengebracht: de organisatie van een systeem van klachtenbehandeling, het nemen van initiatieven inzake betrokkenheid en inspraak van burgers en doelgroepen, het stelsel van de verzoekschriften en de gemeentelijke volksraadpleging.

Om de betrokkenheid van de burger te vergroten voert het ontwerp van decreet enkele elementen in die de participatie verhogen en waarvan de nadere uitwerking moet worden geregeld op het niveau van de gemeente. Die kan daarnaast vanzelfsprekend nog andere initiatieven nemen in het kader van zijn autonomie. De Vlaamse regering wenst in het ontwerp van decreet geen exhaustieve regelingen op te nemen, daar de instrumenten kunnen verschillen van gemeente tot gemeente, ondermeer ten gevolge van hun verschil in bevolkingsgetal, samenstelling, aantal deelgemeenten, stedelijke of eerder landelijke context en dergelijke meer. Ook op dit punt wenst de Vlaamse Regering ruimte voor maatwerk te bieden. De gemeenten kunnen dus vrij aanvullende instrumenten voor participatie en inspraak regelen, bijvoorbeeld de organisatie van een vragenuurtje, de inrichting van wijkcomités, de installatie van een ombudsfunctie en dergelijke meer. De regeling, vervat in het ontwerp, moet worden gezien als een minimale kaderregeling.

(Bron: Memorie van toelichting bij het ontwerp van gemeentedecreet, 25 mei 2005)

Het hoofdstuk ‘participatie van de burger’ in het gemeentedecreet omschrijft een aantal instrumenten die burgers de kans geven om meer bij het beleid betrokken te zijn.

Klachtenbehandeling

  • Iedere gemeente moet een systeem ontwikkelen waarbij het als burger mogelijk is om klachten of suggesties aan de lokale overheid over te maken.
    Vb. meldingskaart, e-loket ...
  • Het opstellen van een reglement is een bevoegdheid van de gemeenteraad.

Organisatie van inspraak

  • De gemeenteraad is bevoegd om initiatieven te nemen om de betrokkenheid en inspraak van burgers of doelgroepen te verzekeren bij de beleidsvoorbereiding, bij de uitwerking van de gemeentelijke dienstverlening en bij de evaluatie ervan.
  • Rekening houdend met de wettelijke en decretale bepalingen kan alleen de gemeenteraad over gaan tot de organisatie van raden of overlegstructuren die de opdracht hebben op regelmatige en systematische wijze het gemeentebestuur te adviseren.
  • Het is ook de gemeenteraad die de nadere voorwaarden vastlegt in verband met de samenstelling, de werkwijze en procedures van de raden of overlegstructuren.
  • Alle verslagen en einddocumenten van de raden of overlegstructuren moeten meegedeeld worden aan de gemeenteraad. 

Voorstellen van burgers

  • Het gemeentedecreet omschrijft twee mogelijkheden om als burger voorstellen voor te leggen aan de gemeenteraad. Een daarvan is de procedure van ‘voorstellen van burgers’.
  • Mits het inzamelen van de nodige handtekeningen kan een burger een agendapunt aan de gemeenteraad toevoegen. Het agendapunt mag door de burger, tijdens de gemeenteraad, toegelicht worden.
  • Het verzoek om een agendapunt toe te voegen moet ondersteund worden door:
    • 2% van de inwoners ouder dan 16 jaar in gemeenten met minder dan 15.000 inwoners;
    • 300 inwoners ouder dan 16 jaar in gemeenten met minstens 15.000 en minder dan 30.000 inwoners;
    • 1% van de inwoners ouder dan 16 in gemeenten met minstens 30.000 inwoners.

Verzoekschriften

  • Een andere manier om een voorstel aan de gemeenteraad voor te leggen is het systeem van verzoekschriften.
  • Voor deze procedure hoeft men geen handtekeningen in te zamelen. In principe moet de verzoeker zelfs geen inwoner van de gemeente zijn. Daar staat tegenover dat een echt debat tijdens de gemeenteraad niet gegarandeerd is.
  • Het verzoek kan doorgespeeld worden aan het college, een gemeenteraadscommissie of gemeentedienst.
  • De verzoekers kunnen gehoord worden door de gemeenteraad, maar dat is absoluut geen verplichting. De gemeenteraad moet wel binnen de drie maanden een gemotiveerd antwoord verstrekken.

Gemeentelijke volksraadpleging

  • Het initiatief voor een volksraadpleging kan uitgaan van de gemeenteraad of van de burgers.
  • Wanneer het initiatief van de burgers komt, moet het ondersteund worden door een bepaald percentage van de bevolking. Als de steun van de bevolking voldoen hoog is, is de gemeenteraad verplicht om een volksraadpleging te organiseren.
  • De vraag die voorgelegd wordt tijdens de raadpleging moet betrekking hebben op de bevoegdheden van de gemeenteraad of het schepencollege. Vragen van persoonlijke aard, over de begroting, de belastingen of retributies, of over de toegang van vreemdelingen tot het grondgebied zijn niet toegelaten.
  • Het exact formuleren van de voorgelegde vraag is bovendien ook de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Elke vraag moet te beantwoorden zijn met ja of neen.
  • Een maand voor de raadpleging verspreidt de gemeente een informatiebrochure met daarin een objectief beeld van de problematiek, de standpunten van voor- en tegenstanders en de exacte vraag zoals tijdens de volksraadpleging zal gesteld worden.
  • Alle inwoners, ouder dan 16 jaar, kunnen een verzoek indienen én deelnemen aan de raadpleging.
  • De deelname is niet verplicht, maar een minimale opkomst is vereist. Blijft de opkomst onder de minimale opkomst dan worden de stemmen niet geteld.
  • De uitslag van de volksraadpleging is niet bindend. De gemeenteraad kan de uitslag dus naast zich neerleggen.
  • Een volksraadpleging op initiatief van de bevolking moet ondersteund worden door minstens:
      • 20% van de inwoners in gemeenten met minder dan 15.000 inwoners;
      • 3.000 inwoners in gemeenten tussen 15.000 en 30.000 inwoners;
      • 10% van de inwoners in gemeenten met meer dan 30.000 inwoners.
    De minimale opkomst bedraagt een zelfde aantal inwoners.