Participatie wordt ge(s)maakt

Drie generaties burgerparticipatie

Het begrip ‘burgerparticipatie’ kende de afgelopen 50 jaar een evolutie: men spreekt van verschillende ‘generaties’. Er is een beweging van representatieve democratie naar participatieve democratie. Van een bestel waar de democratisch verkozenen ‘volmacht’ krijgen tot handelen, naar een democratie die participatieruimte creëert en zo burgers kansen geeft tot mee richting geven en zelfs tot meebeslissen.

Kortweg kunnen we drie vormen onderscheiden:

  • Inspraakdemocratie (jaren ’70)
    Het initiatief ligt bij het bestuur, de burger mag zijn mening geven. Inspraak gaat om   informeren en sensibiliseren over en toetsen van voorstellen uitgewerkt door het lokaal bestuur.
  • Interactieve democratie (jaren ’90)
    Het initiatief blijft bij het bestuur, maar de burger mag vooraf meedenken.
  • Directe democratie (vanaf 2000)
    De overheid faciliteert burgerinitiatieven die beleidsbeslissingen mee helpen oriënteren. De agenda van het bestuur staat niet voorop. Start en uitkomst van dit proces zijn open.

Deze vormen van democratie zijn niet uitsluitend gebonden aan een bepaalde periode. Naargelang de inzet en het doel van een participatieproces kan elk van deze drie vormen van toepassing zijn en kunnen ze zelfs wat naast elkaar lopen. Deze ‘generaties’ zijn met andere woorden complementair aan elkaar.

Interessante literatuur

Verhoeven, S. (2008). Het burger-ei: perspectieven op lokale burgerparticipatie. Socius, Brussel.